Falconhoven
Antwerpen, 2014
De straten rondom het Falconplein zijn een bonte cataloog van vijf eeuwen stadsarchitectuur. De stad laat zich hier van al haar kanten tegelijkertijd zien. Soms vulgair of misplaatst, dan weer elegant of exotisch. Nieuw en glad staat naast verkreukeld en vergeten. Zowel schaal, typologie, functie als materialiteit varieert, maar nooit domineert één architectuur de straat.
Passages doorheen of langsheen de gebouwen verbinden niet enkel straat en hof, visueel doorbreken ze de continuiteit van de facade. Hun verzelfstandiging in de gevel (door materialisatie) zorgt voor een gelaagdheid die de bonte straat kracht bijzet. Deze sequentie van ruimtes begeleidt de overgang naar de rust van de hoven. De afwisseling van donkere doorsteken met lichte patios laat op sommige momenten van de dag een intrigerend lichttimbre ontstaan. De inzichten naar deze groene oases vanaf de straat animeren de passant.
Hof II wordt gevormd door een groot volume op het binnengebied en een reeks van kleinere percelen aan de straatzijde. De confrontatie tussen beide in het binnenhof stelt de mate van eenheid en verscheidenheid van deze gevelfronten in vraag. Het lineair doortrekken van de diversiteit van de straat lijkt het karakter van het gewenste stille hof aan te tasten. Anderzijds ondermijnt het uitwissen van de percellering van de woningen langs de hofzijde de opzet van het masterplan. Door bijvoorbeeld eenvormig materiaalgebruik of afgestemde kroonlijsthoogten kan binnen de diversiteit van de achtergevels toch het beeld van een homogene binnentuin mogelijk gemaakt worden. Zo ontstaat een – historisch herkenbaar – verschil tussen voor- en achtergevel. Er ontstaan woningen met – als een janushoofd – twee adressen en twee gezichten. Achter elke gevel schuilt een aparte woning.